consult hond

Naar de dierenarts!
Er zijn verschillende redenen om met je hond naar de dierenarts te gaan. Meestal gaat het om waarborgen van de gezondheid, zoals door een vaccinatie, ontworming of gewichtscontrole. Soms is er iets mis, en dan breng je met je beestje ook een bezoek aan de dierenkliniek. Hoe gaat dat in zijn werk?

Een afspraak maken
Als je hond niet in orde is, kan je tijdens kantooruren bellen om een afspraak te maken. Hebben de problemen een spoedeisend karakter, dan kan je ook buiten kantooruren bellen. Ons telefoonnummer is altijd hetzelfde: 0183 – 351208. Is er geen sprake van spoed, en gaat het niet lukken om overdag een afspraak te maken, dan kunnen we kijken of we op een later tijdstip een afspraak kunnen maken.

Een inloopspreekuur of spreekuur, waarbij je zonder afspraak de kliniek kunt bezoeken, hebben wij tegenwoordig niet meer. Zo kunnen we beter de tijd nemen voor je hond.

Het consult
Als je hond ziek is of gevaccineerd wordt, dan wordt deze tijdens een consult onderzocht. In een aantal gevallen hebben wij wat extra informatie over je hond nodig; neem daarom altijd je dierenpaspoort mee. Afhankelijk van de reden van het consult of de bevindingen kan er een therapie worden ingezet. Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals microscopisch onderzoek, bloedonderzoek, een echo of röntgenfoto’s.

Steeds vaker is een (deel van) een probleem te behandelen met speciale voeding. Denk daarbij aan voeding met een speciale samenstelling zodat bijvoorbeeld honden met arthrose makkelijker gaan bewegen. Of voeding die de nieren van nierpatiënten minder belast. Veel darm- en huidproblemen vinden hun oorzaak in een allergie. Ook hiervoor zijn speciale voeders.

Een vervolgafspraak
Een aantal aandoeningen kan helaas niet met een enkele therapie afdoende genezen. Vaak zijn er één of meer vervolgafspraken nodig. Er wordt dan gecontroleerd of de problemen verminderen, of zelfs verdwenen zijn. Het is verstandig om altijd op controle te komen als dat aangegeven wordt: sommige problemen lijken soms weg te zijn, maar blijken bij nader klinische onderzoek toch nog in enige mate aanwezig te zijn.