vuurwerk

Sommige dieren, zoals honden en katten, raken erg in paniek door harde geluiden zoals vuurwerk. Het is belangrijk om op tijd met training en eventueel rustgevende medicatie te beginnen.

Het is mogelijk dat dieren de angst voor vuurwerk als het ware hebben aangeleerd. Het troosten, aandacht geven en geven van een beloning leert hen dat het terecht is dat ze bang zijn. Soms wordt dit gedrag steeds erger en worden ze ook bang voor onweer, helikopters etc.

Een bange hond heeft een kenmerkende houding: ze maken zich klein, houden de staart laag en de oren en mondhoeken worden naar beneden getrokken. Vaak hijgen ze en zijn de pupillen vergroot. Ook zijn ze niet geïnteresseerd in iets lekkers.

Training
U kunt zelf oefenen met harde geluiden, zoals het knappen van ballonnen, klappertjes pistolen, trektouwtjes etc. Ook is er een CD met vuurwerkgeluiden speciaal voor training, zie hiervoor www.tinley.nl. Houdt een dusdanige afstand zodat de hond net niet in paniek raakt. Doe ondertussen iets leuks, bijvoorbeeld een spelletje, en combineer dat met datgene waardoor het dier van slag raakt. Zo kunt u een koppeling leggen tussen de geluiden en het leuke spel. Ga niet te snel, training vergt veel herhaling, tijd en geduld.

Tips voor Oud&Nieuw:
• Doe radio en verlichting aan, houd deuren, ramen en gordijnen dicht.
• Geef katten een plekje om zich te verstoppen, laat ze niet naar buiten. Laat de kat met rust als hij/zij zich verstopt. Zet eventueel in die ruimte de radio aan en laat de lamp branden.
• Negeer het angstgedrag van de hond. Probeer zelf rustig te blijven.
• Laat een angstige hond extra lang aan de riem uit, eventueel samen met een hond die niet bang is. Laat uw hond vroeg op de avond uit op een rustige plek, liefst waar nog geen vuurwerk wordt afgestoken.
• Leid de hond tijdens het uitlaten af met bijvoorbeeld een speeltje zodra hij angstig gedrag vertoont, zodat hij leert op u te letten in plaats van op de omgeving.
• Zorg voor veel afleiding; begin hier al mee in de middag, ruim voordat het vuurwerk begint. Bijvoorbeeld met een kauwstaaf of voerspeeltje.
• Houd het dier warm en uit de tocht, zeker als hij/zij medicatie heeft gekregen.
• Laat de hond niet alleen en zeker niet na het geven van de medicatie, het dier kan in paniek raken en zich hierdoor bezeren!
• Doe de volgende dag rustig aan, totdat de medicatie uitgewerkt is.
• Leer kinderen om geen vuurwerk naar dieren (en mensen!) te gooien.

Medicatie
Het is niet zo gemakkelijk om met medicijnen het dier rustiger te krijgen in de maand december. Ze werken niet lang genoeg, hebben te weinig of een onvoorspelbaar effect en hebben soms vervelende bijwerkingen.

Er zijn kalmerende verdampers (D.A.P. voor de hond, Feliway voor de kat) op de markt die een rustgevend effect hebben. Ook zijn er diverse medicamenten/voedingssupplementen (zoals Clomicalm, Zylkène en Telizen) beschikbaar die het leerproces tijdens training verbeteren en de angst dempen, waardoor de training succesvoller zal zijn. Alleen medicatie is hierbij nooit voldoende, dit moet gecombineerd worden met de training. Er dient op tijd (enkele maanden van te voren) met deze medicatie en training begonnen te worden!

Kalmerende tabletten
Om de hond of kat gedurende korte tijd rustig te houden, kunnen kalmerende tabletten gegeven worden. Deze middelen werken niet in alle gevallen even goed. Bij dieren die al angstig zijn werkt het bijvoorbeeld langzamer en slechter dan bij rustige dieren. Door het combineren van training, voedingssupplementen en/of verdampers, kan de dosering van de rustgevende medicatie ook lager gedoseerd of zelfs niet nodig zijn.

Vetranquil
Vroeger werd acepromazine (Vetranquil, Neurotranq) voorgeschreven. Dit middel heeft echter veel nadelen. Het dier wordt wel rustiger en slaperiger, maar ook juist gevoeliger voor geluid!

Alprazolam
In plaats van Acepromazine wordt bij honden en katten regelmatig Alprazolam voorgeschreven. Dit is voor kortdurend gebruik, dan valt het met de bijwerkingen erg mee. Het is een kalmeringsmiddel en werkt tevens angstremmend.

Dosering hond:
29 dec. 9.00 u + 21.00 u 0.02 mg/kg (bv 10-15 kg ½ tabl. 0,5 mg)
30 dec. 9.00 u + 21.00 u 0.02 mg/kg (bv 10-15 kg ½ tabl. 0,5 mg)
31 dec. 15.00 u + 19.00 u + 23.00 u 0.05 mg/kg (bv 10-15 kg 1 tabl. 0,5 mg)
1 jan. 9.00 u + 21.00 u 0.02 mg/kg (bv 10-15 kg ½ tabl. 0.5 mg)

bij onvoldoende werking kan de dosering verdubbeld worden

Bijwerkingen: verhoogde eetlust, spierontspanning, soms verhoogde prikkelbaarheid, nier- of leverproblemen

Dosering kat:
29 dec. 9.00 u + 21.00 u ½ tabl. 0,25 mg
30 dec. 9.00 u + 21.00 u ½ tabl. 0,25 mg
31 dec. 15.00 u + 19.00 u + 23.00 u ½ tabl. 0,25 mg
1 jan. 9.00 u + 21.00 u ½ tabl 0.25 mg

bij onvoldoende werking kan de dosering verdubbeld worden

Bijwerkingen: verhoogde eetlust, spierontspanning, soms verhoogde prikkelbaarheid, nier- of leverproblemen